De dag zwijgt Zuchtend komt Benauwdheid binnen En klampt zich vast Aan vochtige Lichamen Zware zonne-lichamen Bruin van het bakken
Stemmingen
Bij een diepe zucht rimpelt het water De sombere ogen Kijken neer op een dansend spiegelbeeld Bij het verbreken van
Dichter-bij Ronde bol Kogelrond De woorden Volgepropt In de mond Vreten hem Van binnen op De tranen Nauwelijks voelend Banen
Zijn wij samenzweerders Blikken wij in ogen- Blikken dezelfde taal Hoeven onze monden Niet routineus Open en dicht te gaan
Zij staat nu Vroeger op Beweert Dat het haar Dag lengt Haar horloge Staat stil De kerkklok Loopt ze voorbij
Uitlaat Ik schakel van 1 naar 2 Van 2 naar 3 Van 3 naar 4 En als het mogelijk is
BLIKVANGER Verboden blikken Blikkeren zonder Blikken of blozen Blikogen blikvuur In blikskaters
Voor opa Donkere ogen In een marmeren gezicht Staan strak, onbewogen Berichten leegte Het dode punt ligt in zijn handen
onbeweeglijk net als nu staar jij in het starende water staar ik naar jouw standbeeld bij het water
Een onderdrukte De woorden zijn uit zijn mond genomen Misschien heeft hij ze wel verkocht Hij zou nog zoveel willen
Biecht Introvert Wordt extravert Extravert Wordt Introvert Het verlangt Naar introspectie
Kussen op het kussen Gras op het matras Een donsig dekbed De warmte Die er even was Boven is een







